Onderlegger Creatieve Vorming
     
 
Beeldaspecten
 
Als ondersteuning van de creativiteit wordt de kennis van kleur, vorm, ruimte, textuur en compositie gebruikt.

 

B
 

- Je kan niet zelf bedenken wat te maken.
- Je weet nog niet om te gaan met verschillende materialen als; papier, potlood, verf, hout enzovoort
- Je herkent de beeldaspecten nog niet in eigen werk.

   
G
 

- Als iemand je helpt weet je wat je gaat maken.
- Als iemand je helpt weet je hoe je kan omgaan met materialen als; papier, potlood, verf, hout enzovoort.
- Je kan de beeldaspecten in je werk benoemen.

   
   
- Je bedenkt zelf wat je gaat maken.
- Je kan materialen doeltreffend kiezen en gebruiken.
- Je kan kiezen welke beeldaspecten geschikt zijn voor het eigen werk.
- Je kan de beeldaspecten in eigen woorden uitleggen.
- Je kunt een probleem of werkstuk telkens weer van een andere kant bekijken.
   
     
Werkproces & Verzorging
   

Het leren om van een idee naar een resultaat te komen.
Het ontdekken en toepassen van verschillende mogelijkheden van materialen, gereedschappen en media.
Het leren van fouten en kunnen bijstellen.
De aandacht en afwerking van eigen werk.

   
B
   
- Je hebt nog geen overzicht van het werkproces.
- Je volgt alleen instructies op.
- Je laat je snel afleiden.
- Je werk ziet er nog rommelig uit.
- Je ruimt niet goed op.
   
G
   
- Je gaat zelf aan de slag en houdt je aandacht bij het werk.
- Je toont eigen inbreng en onderzoekt het materiaal.
- Je kan onder woorden brengen waar je mee bezig bent.
- Je werk ziet er verzorgd uit.
- Je gaat verantwoord met materiaal en gereedschap om en je ruimt goed op.
   
E
   
- Je kan een eigen werkplan maken, uitvoeren en onder woorden brengen.
- Je kan werk een andere richting geven tijdens het werkproces.
- Je werk ziet er verzorgd uit met aandacht voor detail.
- Je kan geconcentreerd werken.
- Je hebt zorg voor gereedschap en materiaal.
- Je helpt ook anderen met opruimen.
   
   
 Presentatie
   
Het toonbaar maken en kunnen toelichten van eigen werk
   
B
   
- Je kan iets vertellen over eigen werk.
- Je bewaart eigen werk.
   
G
   
- Je maakt een overzicht van eigen werk.
- Je kan eigen werk tentoonstellen.
- Je maakt foto's of film van eigen werk.
- Je kan een kort verslag schrijven over je werk.
- Je kan een toelichting geven over eigen werk.
   
E
   
- Je kan een toelichting geven over eigen werk voor de klas of in een panelgesprek.
- Je reflecteert op je eigen werk.
- Je gebruikt media om werk te presenteren.
- Je houdt een (digitaal) portfolio bij.
- Je kan je ideeën over een werkstuk uitleggen in een verslag.
   
     
Culturele Ontwikkeling
   
 Ontwikkeling van de kennis van het culturele leven.
   
B
   
- Je bekijkt kunst, vormgeving en cultuur als het je aangeboden.
- Je hebt nog geen mening over wat artiesten in verschillende disciplines exposeren.
   
G
   
- Je bekijkt kunst, vormgeving en cultuur als het je aangeboden wordt en je herkent het.
- Je hebt wat ideeën over exposities en performances van artiesten in verschillende disciplines.
   
E
   
- Je onderzoekt zelf kunst, vormgeving en cultuur.
- Je hebt veel ideeën over exposities en performances van artiesten in verschillende disciplines.
- Jouw passie voor kunst en cultuur is te zien in je werkstukken en verslagen.