Basisvaardigheden en Vaktaal VMBO, HAVO2 en VWO2

     
   B

Je kent de namen van elementaire hulpmiddelen en materialen die je bij practica gebruikt.

    Je weet hoe een brander werkt.
     
   G

Je kent de verschillen tussen biologie en natuurkunde.

    Je weet hoe je de schaal van natuurkundige instrumenten en maatbekers afleest.
     
   E

Je begrijpt de analytische manier van verklaren van verschijnselen in natuurkunde en biologie.

    Je kunt werken met de systematiek in natuurkunde, scheikunde en biologie om verschijnselen, stoffen en organismen te ordenen.
    Je weet wat het verband is tussen bouw en functie van organen.
    Je weet welke eigenschappen verschillende stoffen hebben.
    Je weet welke invloed voeding op je gezondheid heeft.